SAMENWERKENDE SCHAPEN STAMBOEKEN

(SBT, TSNH, FBS, Swifter, Suffolk, Zwartbles en NTS)

 

Visie voortzetting scrapiebestrijdingsprogramma december 2006

 

Alle ontwikkelingen in acht genomen hebbende komen wij tot de conclusie dat er op dit moment geen enkele reden is om het huidige scrapiebestrijdingsprogramma en de rammenverordening te heroverwegen.

 

Wij baseren ons hierbij op de het advies van EFSA van juli 2006 en andere (wetenschappelijke) publicaties.

Er is een test ontwikkeld die het onderscheid tussen Scrapie en BSE kan aantonen.

Tot nu toe zijn pas enkele gevallen bekend van mogelijke BSE. Hoewel verwacht wordt dat dit geen BSE zal zijn vindt er wel nader verdiepend onderzoek plaats.

Deze mogelijke gevallen van BSE hebben echter ook geleid tot een verdere intensivering van de monitoring op scrapie

Volgens EFSA is de kans op BSE onder schapen klein maar zeker niet uitgesloten.

 

De laatste tijd komen er veel gevallen van zgn. atypische scrapie aan het licht.

Dit komt bij vrijwel alle genotypen voor, ook bij ARR- ARR.

Er zal nog nader wetenschappelijk onderzoek voor nodig zijn om vast te stellen of deze verschijningsvorm ook echt verband houdt met klassieke scrapie.

Duidelijk is al wel dat de overdracht van atypische scrapie  mogelijk alleen maar plaatsvindt onder experimentele omstandigheden.

Uit voorlopig onderzoek blijkt dat bij atypisch scrapie er onder natuurlijke omstandigheden geen besmetting plaatsvindt.

EFSA concludeert dat er dit nog verder onderzocht moet worden maar dat er op dit moment geen enkele aanwijzing is om beducht te zijn voor atypische scrapie.

EFSA geeft in haar advies duidelijk aan dat het fokken op dubbel ARR de enige  juiste weg is om scrapie te bestrijden.Door het verder fokken op ARR-ARR vindt er zelfs terugdringing plaats van atypische vormen van AHQ en AFRQ.

 

De inzet van resistente rammen vanaf 2004 heeft al geleid tot een afname van het aantal scrapiegevallen en ruimingen. Om de ziekte scrapie terug te dringen is het niet noodzakelijk dat alle schapen in Nederland 100% dubbel ARR zijn.

Globale schattingen duiden erop dat indien ongeveer 80% van alle dieren ARR-ARR zijn de ziekte scrapie pas echt wordt terug gedrongen (R0 kleiner dan 1)

Momenteel zijn we in Nederland nog lang niet zo ver.

Binnenkort zal er een onderzoek plaatsvinden naar het voorkomen van ARR allel in de totale Nederlandse schapenbestand van fokkerij en houderij.

Dan zal blijken hoeveel jaren we nog door moeten gaan met het de huidige bestrijdingsprogramma.

Op dit moment is er een grote populatie van resistente rammen beschikbaar die ook voor de houderij makkelijk toegankelijk is.

Hiermee kunnen we in Nederland, naast het terugdringen van TSE uit de voedselketen ook een substantiële inzet plegen voor het verlagen van de kosten van dierziektebestrijding.