Verslag studiedag NTS “Texelaar 2020, het fokdoel nader belicht”.

 

Aanwezig: ca 90 personen

Locatie: Dorpshuis te Stroe

 

De voorzitter, J. v. Rijnsbergen heet iedereen van harte welkom. De zaal zit helemaal vol, het is goed om te zien dat deze dag in een duidelijke behoefte voorziet.

 

Na het welkomstwoord houden 5 personen een inleiding.

 

Mart Nijssen (over vruchtbaarheid):

Wat zegt het fokdoel over vruchtbaarheid: 1 jarige ooien moeten kunnen aflammeren en gemiddeld 1,3 lam per worp kunnen brengen. 2-jarige en oude ooien moeten gemiddeld 2 lammeren / jaar kunnen brengen.

Waar staan we:

-24% van de 1-jarige ooien lammeren af en brengen 1,33 lam / worp.

-De 2-jarige en oudere ooien werpen gemiddeld 1,75 lam / worp.

Het fokdoel kunnen we bereiken door gebruik te maken van de fokwaardeschatting voor vruchtbaarheid (FW1). De snelste vooruitgang wordt geboekt bij gebruik van rammen met een index ver boven het gemiddelde, waarbij uitgegaan mag worden dat elke punt van de FW1 gelijk staat aan 0,01 lam. De basis van de FW1 stamt uit 1993 en 100 staat voor:

-1,23 lam / worp bij de 1-jarige ooien,

-1,64 lam / worp bij de 2-jarige ooien en

-1,72 lam / worp bij de 3-jarige ooien. Een FW1 van 100 zit dus onder het gemiddelde van nu en zou aangepast moeten worden. Dit kost geld, na iedere aanpassing dalen de fokwaarden van de oudere dieren afhankelijk van het referentiepunt, maar het geeft een blijvende prikkeling bij de selectie.

Stelling 1:

Verbetering van het exterieur is zo ver gevorderd,

dat bij de selectie meer ruimte is ontstaan voor

verhoging van de worpgrootte.

Stelling 2:

Aanpassing van de basis voor de berekening van de fokwaarden

zorgt er voor dat de worpgrootte sneller stijgt.

 

Jan Dijkstra (over gebruikseigenschappen):

Wat willen we: Een schaap dat 6 jaar kan worden, probleemloos aflammert en 2 lammeren kan groot brengen.

Wat is daar voor nodig:

-probleemloos beenwerk

-dieren met (langere) hals: zij hebben minder ademhalingsproblemen en kunnen beter tegen warmte

-dieren met lengte: dieren met een lange middenhand hebben meer ruimte om lammeren te dragen,  bovendien zit op de rug duur vlees.

-dieren met een iets hellende kruisligging: dit zorgt voor makkelijker aflammeren en beter opschonen na de geboorte

-dieren met veel kruisbreedte: een breder kruis zorgt voor meer ruimte in het bekken en dus makkelijker aflammeren.

Stelling 3:

Bij een goede Texelaar tel je de lammeren

Stelling 4:

Veel aandacht voor gebruikseigenschappen gaat ten koste van het exterieur

 

Marjo v. Bergen (over groei):

Wat zegt het fokdoel over groei: Lammeren moeten het vermogen hebben om op een leeftijd van 135 dagen een gewicht van 44 kilogram te behalen.

Sinds 1997 is het gemiddelde van 33,6 kg naar 35 kg anno 2007 gestegen. In dit tempo gaat het nog 64 jaar duren voor het fokdoel bereikt is.

In deze zelfde periode is de hoogte van de rammen wel met 4 cm. gemiddeld toegenomen, schapen zijn dus wel groter geworden, maar niet sneller gaan groeien.

De vraag naar een snelgroeiend slachtlamvaderdier is groot. Om te kunnen selecteren op groei is het belangrijk dat veel meer fokkers aan het weegprogramma gaan meedoen, zodat er fokwaardeschattingen komen met een hoge betrouwbaarheid. Wanneer er gebruik gemaakt gaat worden van de fokwaardeschatting voor groei en de bespiering  wordt in de selectie meegenomen dan wordt de Texelaar een slachtlamvaderdier waar fokker en houder met plezier gebruik van maken

Stelling 5:

Wanneer de Stamboek Texelaar voldoet aan het fokdoel zullen aanzienlijk meer rammen als slachtlamvaderdier ingezet worden.

Stelling 6:

De Texelaarfokker blijft teveel naar binnen (richting eigen club) gericht wanneer selectie op groei geen prominentere plek krijgt binnen zijn fokbeleid

 

Henk Damkot (over slachtkwaliteit):

De Texelaar heeft een superieure slachtkwaliteit. 75% van de geslachte dieren scoort bij de SEUROP classificatie een E of hoger. Het aanhoudingspercentage ligt doorgaans hoger dan 50%. De vetbedekking moet bewaakt worden, niet te droog / blauw en niet te vet.

De extra spieren zitten over de hele rug en in de achterhand. Spieren zijn te zien, maar beter is het om ze te voelen: in de lendenen en in de achterhand.

Stelling 7:

De slachtkwaliteit van onze Texelaar wordt voldoende gewaardeerd

Stelling 8:

Slachtkwaliteit dat moet je voelen

 

Huub Dings (exterieur)

In het verleden is de Texelaar verworden van hoeder, naar houder, naar verzorger en ten slotte verpleger. De laatste jaren is weg weer ingeslagen naar een schaap met een functioneel exterieur, zodat de stamboekfokker dieren levert die de houder graag gebruikt.

Hoe ziet zo’n dier eruit:

-De kop: sprekend, goede verhoudingen, recht neusbeen, brede bek

-Ontwikkeling: de inhoud van het schaap: lengte x breedte x hoogte x diepte.

Leeftijd                  hoogte         diepte          lengte

9   mnd                 64      33      74     

18 mnd                  70      36      80

30 mnd                  72      38      82

-Bespiering: dik spierpakket over het hele lichaam, met een optimale vetbedekking

-Evenredigheid: goede verhoudingen van de onderdelen t.o.v. elkaar

-Type: ruim, harmonisch gebouwd, ruim en diepe voorhand, lang en licht hellend kruis, fijne staart.

-Beenwerk: fijn, droog, passend bij de ontwikkeling, correct in gang en stand

-Vacht: fijn en gesloten, over de hele romp bedekt.

Stelling 9:

Met het fokdoel als vertrekpunt is Texelaars fokken pas echt leuk.

Stelling 10:

De beste  rammen worden te laat ontdekt

 

 

Aansluitend aan de inleidingen werden de deelnemers in 9 groepen verdeeld. Elke groep kreeg 4 stellingen waar over gepraat kon worden. De rapportage van deze bespreking vond plaats door middel van posters aan de muur waarop gele “post it” briefjes geplakt konden worden met daarop de meningen die uit de diverse groepen naar voren kwamen.

 

Na de lunch werd de presentatie van het fokdoel en de discussie samengevat door Albert Visscher:

Lammerenproductie:ànog 10 jaar te gaan. Als je de lammerproductie wilt verbeteren moet je de lammeren tellen, dit geeft sneller resultaat dan selecteren op grote ooien, ook al zijn die vruchtbaarder. Selecteren op het kenmerk zelf geeft altijd het beste resultaat.

Groeivermogen: à wel groter maar niet zwaarder! Kent de fokker de vraag van de houderij wel voldoende? Groei en vruchtbaarheid kunnen prima samen stijgen. Het groter worden van de schapen moet geen doel op zich zijn.

Slachtkwaliteit: àbewaking. Heeft de fokker wel kennis genoeg van slachtkwaliteit?

Exterieur: àfunctionaliteit. Bij een hogere lammerproductie valt er meer te selecteren, en zal de vooruitgang sneller gaan.

Gebruikseigenschappen: duurzaamheid. Melk en vlees gaan niet samen, maar door op beide kenmerken te letten kun je wel op beiden selecteren.

 

Conclusie: We willen meer lammeren, meer groei en goede gebruikseigenschappen. Variatie in de populatie blijft nodig. Er moet meer gewogen worden en er moeten meer lammeren geboren worden. Meer lammeren geeft meer mogelijkheid tot selecteren en dus snellere vooruitgang op alle gebieden van het fokdoel.

 

Samengevatte resultaten van de stellingen:

 

Stelling 1:

Verbetering van het exterieur is zo ver gevorderd,

dat bij de selectie meer ruimte is ontstaan voor

verhoging van de worpgrootte.

Ja, eerst worpgrootte dan exterieur. Wel oppassen dat exterieur niet achteruit gaat

Nee,   -per fokker heel verschillend

          -Fokkers blijven kiezen voor exterieur

          -Fokdoel voor exterieur nog niet bereikt

-Bepaalde kenmerken gaan samen met lammerenproductie. Als fokdoel exterieur bereikt is, is  de lammerenproductie ook hoger

-Grotere, ruimere ooien geven ook meer lammeren

 

Stelling 2:

Aanpassing van de basis voor de berekening van de fokwaarden

zorgt er voor dat de worpgrootte sneller stijgt.

-Ja/nee; aanpassing goede stimulans, verwacht veel weerstand

-Ja, uit PR oogpunt en stimuleert fokkerij psychologisch

-Nee kost geld (blijft geld kosten)

-75% van de groep waarin dit besproken werd is voor; maar wat zijn daarvan de gevolgen voor de fokkerij. Niet slechts cijfers omhoog brengen maar wel 2 lammeren

 

Stelling 3:

Bij een goede Texelaar tel je de lammeren

-Ja, 2-lingen/ooi (geen 4-lingen)

-Ja, maar vruchtbaarheid mag ten koste van het exterieur (wordt niet gedragen door fokkerij)

-Betere selectie bij meer lammeren

 

Stelling 4:

Veel aandacht voor gebruikseigenschappen gaat ten koste van het exterieur

-Ja, als je niet te snel wilt (melk en vlees gaan niet samen)

-nee, kan wel samen (moet gemakkelijk kunnen)

-Beide maximaliseren

 

Stelling 5:

Wanneer de Stamboek Texelaar voldoet aan het fokdoel zullen aanzienlijk meer rammen als slachtlamvaderdier ingezet worden.

-We moeten fokken waar de vraag is. Kennen we die vraag?

-Naast goede groei zijn ook andere zaken die een ram tot een goede slachtlamvader maakt

-Zijn onze rammen niet te duur?

-Naast groei moet ook vruchtbaarheid verbeterd worden

-Lammeren moeten op gras kunnen groeien

 

 

 

 

Stelling 6:

De Texelaarfokker blijft teveel naar binnen (richting eigen club) gericht wanneer selectie op groei geen prominentere plek krijgt binnen zijn fokbeleid

-Te veel fokkers gericht op de top (er moet wel een kleine top blijven)

-Meer richten naar de wens van de vermeerderaars

-135d. Gew. niet alleszeggend

-Economisch voordeel niet direct zichtbaar

-Texelaar moet Texelaar blijven

-Op keuringen komt een groot dier nog niet vooraan

-Groei verkoopt het best aan de houderij

 

Stelling 7:

De slachtkwaliteit van onze Texelaar wordt voldoende gewaardeerd

-Prijsverschil is te klein (komt te weinig tot uitdrukking)

-Zwaardere dieren brengen meer op

-Kwaliteit wordt goed gevonden

-Meer PR ondersteuning nodig.

 

Stelling 8:

Slachtkwaliteit dat moet je voelen

-Ja, want je kunt niet alles zien

Maar wel blijven wegen

Handelaren voelen meer dan fokkers

Conditie niet verwarren met slachtrijpheid

-Nee, je moet wegen want dat is het belangrijkste

 

Stelling 9:

Met het fokdoel als vertrekpunt is Texelaars fokken pas echt leuk.

-Ja, maar in de praktijk valt het soms tegen

-Ja, iedere dag plezier

-Ja, voor nog meer mensen plezier

-Ja, maar individueel moet alles kunnen (antw.: maar je moet niet boos worden op inspecteur of de jury)

 

Stelling 10:

De beste  rammen worden te laat ontdekt

-Ja, als 3-jr kampioen, terwijl we ze als lam niet willen hebben

-Ja, betere zware lammeren hebben meer tijd nodig

-Nee, de beste blijft de beste (antw.: maar hij moet wel zijn eindontwikkeling halen

 

 

Beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen:

In hoeverre is een Franse of Engelse Texelaar een zuivere Texelaar?

In Europees verband hebben de Texelse Schapenstamboeken elkaar erkend. Dus zijn Franse en Engelse Texelaars in Nederland ook Texelaar. 50 Jaar gescheiden optrekken levert verschillende Texelaars op, maar de erkenning blijft.

 

Moet een ram met een fokwaardeschatting voor vruchtbaarheid van 95 uit de fokkerij genomen worden?

Dit zet foktechnisch weinig zoden aan de dijk. Het heeft veel meer effect wanneer de rammen met de hoogste fokwaarden veel ingezet worden, de 5% rammen met de laagste fokwaarde heeft maar een hele kleine invloed op de populatie.

 

Hoe belangrijk is de Betrouwbaarheid (BTH) voor ons fokdoel?

Een BTH is gekoppeld aan een fokwaardeschatting. Het zegt dus iets over de zekerheid dat je krijgt wat de fokwaardeschatting je belooft.

 

 

Hoe wordt omgegaan met leden die in hun fokkerij afwijken van ons fokdoel?

De bandbreedte van het fokdoel is heel breed, de keuringsbalk ook.

 

Worden de koppen op waarde gewaardeerd?

Ja, maar we kijken nu liever naar een functionele kop, dus niet meer zo extreem.

 

Het NTS hangt onder de paraplu van het NSFO. Denkt het NTS na over de teruggang van het aantal leden en is er, vooral in financieel opzicht, toekomst bij het NSFO?

De Raad van Bestuur let zeker op het kostenaspect bij het NSFO. We hebben binnen het NSFO professionaliteit, we leveren goede kwaliteit en daar willen we voor gaan.

 

De PVE heffing voor het calamiteitenfonds is hoog en de regeling rammelt. Wat doet het HB van het NTS hieraan?

Het NTS bestuur speelt geen rol hierin. Met de Samenwerkende Schapen Stamboeken (SSS) is het NTS wel vertegenwoordigd bij het PVE middels een adviserende zetel. De grote fokkers zijn dankzij deze nieuwe regeling minder gaan betalen, de middengroep meer. Het NTS vertegenwoordigt vooral deze groep.

 

Wat heeft een lang kruis te maken met functionaliteit t.o.v. een breed kruis?

Bij een lang kruis heb je een goede geboorteweg en de beenplaatsing van de achterbenen is beter. Een breed kruis (breed tussen de draaiers) geeft een groter bekken en dus ook meer ruimte in het geboortekanaal. Lang en breed is dus het meest gewenst.

 

Is het fokdoel niet te breed, krijgen we keurings’ en gebruiksschapen?

Nee, als het goed is moet het met elkaar in samenhang gaan.

 

Het zou interessant zijn onderzoek te doen naar de relatie tussen onderdelen van de balk en de vruchtbaarheid.

Er is een onderzoek geweest naar de relatie tussen ontwikkeling en worpgrootte. Hierbij lijkt het dat grote ooien meer lammeren werpen. Voor selectie kun je beter selecteren op het kenmerk zelf.

 

Bestaat er de mogelijkheid om het IDR programma uit te breiden met een zoekprogramma naar afstammingsgegevens van schapen van collega fokkers?

Technisch is dat mogelijk, maar uit privacy overwegingen kan dit niet.

 

Kan binnen het SAS opgenomen worden wat de reden is voor afvoer?

Dan zou het SAS anders ingericht moeten worden.

 

Beenwerk in het fokdoel moet fijn en droog zijn, is fijn wel effectief?

Vooral de gewrichten moeten ruim genoeg zijn, de fijnheid van het bot is niet zo belangrijk, fijn beenwerk betekent vaak een hoge botdichtheid.

 

Voldoet de fokdagwaardering wel aan het fokdoel?

De fokdag is onmisbaar in de fokkerij, het geeft een prikkel en je kunt vergelijken. Een fokdagcommissie kan sturen dmv de jurykeuze, waarbij ze dan wel over eigen belangen heen moet kunnen stappen.

 

Zijn schapen die Blauw Tong (B.T.) hebben gehad immuun, zo ja, voor hoelang?

Tot nu toe zijn er nog geen schapen bekend die vorig jaar en dit jaar B.T. hebben gehad. Men zegt dat de dieren zeker 1 jaar immuun zijn. Bij verschillende types B.T. is dit nog niet duidelijk, nu is steeds hetzelfde type gevonden.

Het is de vraag wanneer er geënt kan / mag worden. Het vaccin moet nog geregistreerd worden. Ook is het de vraag of het verplicht wordt (willen de schapenhouders graag) of juist niet (de koeieboeren).

 

Kan de Fokwaardeschatting voor de vruchtbaarheid in 2008 gestabiliseerd worden i.v.m.  B.T.?

Over deze vraag gaan het hoofdbestuur en de foktechnische commissie zich binnenkort buigen. Voorafgaande aan het lammerseizoen moet deze beslissing genomen zijn, en of dit gaat gelden per bedrijf, regio of voor het hele land. Op de deklijst moet men reeds aangeven of er B.T. is geweest op het bedrijf.

 

 

Tot slot 3 onderwerpen waarover het Hoofdbestuur met de leden van gedachte wil wisselen en de mening wil peilen:

De uitslag van de blindtest registreren en vermelden op de officiële papieren:

Onderzoek naar de blindfactor wordt gefaciliteerd door het NTS. Wanneer de uitslagen vermeld worden op de papieren wordt de suggestie gewekt dat dieren die geen uitslag vermeld hebben staan, blindfactordrager zijn. Getest is factor vrij, niet getest, zo zou de conclusie al snel kunnen zijn, is niet vrij. Dit creëert angst.

Sommige leden zien blind als een ernstige erfelijke afwijking die ten alle tijden bestreden moet worden en pleiten voor registratie.

A. Visscher geeft aan dat er nog meer ernstige  erfelijke afwijkingen zijn, waar we niet veel aan doen. Als de komende 3 jaar alle ingezette rammen getest gaan worden, dan roeien we het gebrek uit. Doen we dat niet, dan zal het gebrek vanzelf uitdoven over een wat langere tijd. Belangrijk in dezen is op de kosten te letten, het NTS zit niet te wachten op nog meer bedankjes vanwege weer een nieuwe kostenpost en weer een nieuw bestrijdingsprogramma.

Blindtesten die via Schotland verlopen (buiten de GD om) worden alleen erkend wanneer er een inspecteur of dierenarts bij het tappen aanwezig is geweest.

 

1,5 Jarige ooien die niet hebben gezoogd mogen niet met een A voor algemeen voorkomen worden opgenomen.

 De afdeling Z. Holland / Utrecht, waar dit voorstel vandaan komt, vindt dat een A ooi een uithangbord voor het NTS moet zijn. Een A ooi is een ooi die iedereen zou willen hebben.

Het hoofdbestuur is van mening dat je het fokdoel zelf bepaald, het NTS geeft de richtlijnen om het leuk te houden. Wanneer je geen ongezoogde ooien meer in mag schrijven met een A ontneem je een grote groep fokkers een plezier, terwijl de invloed van deze A-ooien op de populatie maar heel klein is. Is dat het waard?

 

Moeten dragers van het Booroolagen apart gemerkt worden in het stamboekprogramma?

De groep van gebruikers vinden dit niet echt heel belangrijk, het TSNH vindt dit ook niet nodig. Etisch gezien wordt er een ander gen in de Texelaar gebracht, genetisch is de Texelaar dus veranderd. Wanneer een Texelaar met een Swifter wordt gekruist dan wordt het dier bij 97,5% Texelaar bloedvoering weer een volbloed Texelaar ook al zit er nog iets van een Swifter in.

 

Alle drie de punten komen terug op de agenda van het hoofdbestuur.

 

Om 15.20 sluit de voorzitter, onder dankzegging aan allen die aan deze dag hebben meegewerkt en hebben deelgenomen de studiedag.

 

 

Aalst, 04-12-2007

Marjo v. Bergen